Verschillende halve dagen reserveren we de auto van de Marina. In Kirikiri laat de
schipper zijn wilde haren knippen. We kopen een nieuwe e-reader en bevoorraden ons in de supermarkt.
We kopen een ijzeren Nieuw-Zeelandse gasfles, de schipper hevelt het gas over in onze plastieken gasflessen. Voorlopig geen gaszorgen meer.
De diesel- en watertanken zijn gevuld.
Ergerlijk lang blijven de venijnige beten van zandvliegjes jeuken.
Door een lagedrukgebied boven het noorden van Nieuw-Zeeland krijgen we enkele dagen harde wind en veel regen. Niet bemoedigend om te vertrekken, het maakt ons nerveus. Zaterdag en zondag is de winterzon terug van de partij.
We laten de wasmachines draaien en gaan op restaurant.
Maandag 29 juni 2026; vertrek 14h40 – dinsdag 07 juli 2026; aankomst 2h
Opua NZ – Nouméa NC: 908NM
‘’Hebben jullie een afspraak?’’ vraagt de douanebeambte. ‘’Normaal moeten jullie het vertrek op voorhand aankondigen.’’ Wij staan er wat verbaasd bij. Hij vraagt om al de formulieren zo vlug mogelijk in te vullen en om 2.30 p.m. terug te komen. Dan krijgen we 10 minuten om de marine te verlaten. Met het laatste daglicht ankeren we op het einde van de Bay of Island en hebben een rustige nachtrust. De fel gekleurde regenboog op dinsdagmorgen is hopelijk een goed voorteken.
De richting is NNW en de koers is voordewind. Met 2 reven in het grootzeil en 20kts wind haalt de Sunshine een snelheid van bijna 7kts. De golven van 2,5m zijn woelig en lijken van alle richtingen te komen. De bemanning hun maaginhoud is hiertegen niet
bestand. De tijd kruipt voorbij.
Gelijdelijk aan neemt de windsnelheid en de golfhoogte af. Elke dag wordt het wat warmer. De bemanning komt boven water. Een kattenwasje blijft een uitdaging.
Een film, een podcast of een goed boek brengen soelaas.
De wind valt weg. We motoren 30 uren. Een gelegenheid om de verse groenten te bereiden. Daarna is er weer voldoende wind om de zeilen te vullen. Zonsondergang op zee blijft inspireren.
Op maandag 6 juli 2026 omstreeks 22h varen we door de “Passe de Boulari Sud”. Het rif omringt Nieuw-Caledonië en is de grootste lagune van de wereld. In het donker laten we het groot zeil zakken. Niet onze favoriet om in het donker maneuvers uit te voeren.
Het is effen zoeken om een geschikte ankerplaats te vinden. Met zicht van de halve maan valt het mee om in de buurt van ander boten te ankeren. Toch is er te veel
adrenaline in het bloed om goed te slapen. De Franse en de gele Q-vlag zijn gehesen.
De schipper roept via de marifoon Moselle Marina op, om ons aan te melden.
We krijgen plaats G100 toegewezen. De man die onze lijnen aanneemt zegt dat het Marina Office voor steiger A ligt. Langs de lange kade zien we veel koraal met visjes.
Het invullen van de vele formulieren verloopt traag. Onderbroken nachten zijn niet ideaal voor de concentratie. De vriendelijke dame wijst ons de weg naar Immigratie. Vanaf de havenkom zien we het reclamebord van Burger King en CineCity.
Op de eenrichting driebaansweg passeren we vele rode lichten. Op het einde naar rechts in een wit gebouw op het 1ste verdiep is de immigratie.
Als we terugkeren kopen we een croissant en stokbrood. Bij het Marina Office krijgen we de code voor het internet en een sleutel voor de steiger. Ik mag nog eens teruggaan want ze heeft verkeerde steiger geprogrammeerd. Terug aan boord haasten we ons om pannenkoeken te bakken. Dit zijn minder eitjes die we moeten afgeven. Een uur later dan afgesproken stap de man van bio security met zware schoenen het trapje af.
Het overgebleven fruit, groenten en eitjes stoppen ze in een grote zwarte vuilzak. De honig van NZ mogen we houden. Ze controleren de frigo, kastjes, bilge en de banden van onze fietsen. Als na 18h de douane niet aan boord geweest is, mag de Q-vlag naar beneden.
Dan zijn we klaar om te leven als God in Frankrijk.






















