Category Archives: Seizoen 2018

TOBAGO

In de rekken van supermarkt Choi’s staan Boni producten. Sue helpt ons uit de brand, we hebben onze portemonnee op de boot laten liggen. De auto’s goed volgeladen rijden we terug naar Domburg. De zakken worden gedeponeerd tegen de waterkant. Sue en John brengen de huurwagens terug. Bij een Parbo afsluitbiertje bespreken we dat morgen, terwijl de mannen de boot klaarmaken om verder te varen, de meisjes met de bus naar de groentemarkt in Paramaribo gaan. Het is vroeg uit de veren want we willen de bus van 7h30 halen. Ontsteld komt John vragen of we zijn rugzak met paspoorten en boot papieren hebben gezien. Alle mogelijkheden worden nagegaan en kunnen enkel toe conclusie komen dat de rugzak is meegenomen. Wat schuilt er achter de brede glimlach en de diep donkere ogen? De lange weg voor de procedure verloren paspoorten wordt opgestart. Om alles te kunnen regelen huren we terug een auto voor 2 dagen. SY Leva Veto varen donderdag verder naar vrienden in Martinique.
Na het drukke verkeer in Paramaribo om papierwerk te doen en een Chinees Steakhouse, varen we met een korjaal naar de vredige plantage Frederiksdorp.
Vrijdagmorgen gaan we naar de drukke groentemarkt. De zwarte bevolking geeft de indruk niet opgezet te zijn met de toeristen.Het museum van het vijfster Fort Zeelandia is nu open.
De uitleg van de lichaamsversieringen van de verschillende etnische bevolkingsgroepen in het huis Moi-Moi is leerrijk.
Het minder dan stapvoets verkeer in Paramaribo is enerverend. Op 50 min leggen we 5km af. We geraken op tijd op de kleine luchthaven waar de zoon van het consult uit Guyana de voorlopige paspoorten meebrengt. Heel grote ontgoocheling als blijkt dat Daniël al met de eerste passagiers is vertrokken. Heel grote opluchting als hij terug komt met de paspoorten. ‘s Avonds betalen we de rekening bij Nettie en zwemmen Sue en ik al de spanning van ons af in het zwembad.

 

Zaterdag 1 december 2018: vertrek 15h – aankomst 18h
Domburg – Pieterszorg: 18NM

In de voormiddag doen we de voorbereidingen voor het vertrek. Nemen een extra douche, controleren de e-mails en nemen afscheid van de Zuid-Afrikanen Angela en Gerry van SY Mistic Bleu en Wendy en John van SY Headway.
Met de stroom mee varen we voorbij Paramaribo. Door de tijdsdruk varen Sue en John verder naar Antigua. Wij droppen het anker daar waar de Surinamerivier en Commewijnerivier samenvloeien. SY September en een Nederlandse zeilboot ankeren korter bij de oceaan.
We hebben nog een extra oplaadkaartje gekocht en nemen de tijd om een update op onze website te plaatsen.

 

Zondag 2 december 2018: vertrek 6h30 – woensdag 5 december 2018: aankomst 15h
Suriname Pieterzorg – Tobago Charlotteville: 469NM

Met het eerste licht hebben we nog een paar uur stroom meer om het laatste stuk van de rivier af te zeilen. Lang blijven SY September en de Nederlandse zeilboot in het zicht. Halve wind rond de 15 kts geeft ons het eerste etmaal een behoorlijke snelheid. De tweede nacht slaan de zeilen, er is geen wind. Dan wakkert de wind aan tot 30kts en krijgen bakken regen over ons heen. Een vermoeiende nacht. Het volgend etmaal is de wind meer constant, maar laten de golven de Sunshine bonken.
Van de eilanden Trinidad&Tobago, onafhankelijk sinds 1962, is Tobago de kleinste (42x10km) en ligt het verst van Venezuela. Het is niet zo populair als de noordelijke Caribische eilanden.
De contouren van het noordwestelijk gedeelte van het eiland worden langzaam hoger en groener. We zeilen om verschillende eilandjes en rotspartijen, strijken de zeilen en varen de ‘Bay of Man’ in. De grote baai is omsloten door groene bergen en Charlotteville, het rustige vissersdorp.
We vinden geen betere plaats dan in 17m diep water te ankeren bij andere zeilers kortbij de ‘Pirate Bay’. Op de Franse catamaran Corvetta wuift Timothée ons vrolijk toe. Ze hebben de gele quarantainevlag hangen. De autoriteiten eisen dat je de territoriale wateren binnenkomt tijdens de kantooruren en dat je komt inklaren. Onze timing blijkt perfect, we zullen geen boete moeten betalen. We vinden niemand bij de Douane en Immigratie. Een vriendelijke politieman belt naar de douanebeambte. Als hij al het papierwerk gedaan heeft, verzekerd hij ons dat we morgen om 8h ons moeten melden bij de immigratie. Fons is gehaast om er op tijd te zijn. Rond 9h komt het Franse gezin. Michel weet de douanebeambte wonen, hij zegt dat er om 10h iemand van immigratie zal komen. Om 12h vernemen dat de beambte in het ziekenhuis is en dat er om 14h een vervanger zal zijn. Een Duitser met een missie, staat te popelend om uit te klaren, hij wil vandaag nog vertrekken. De kopieermachine van de immigratie doet het niet en ik moet naar beneden, bij het ziekenhuis, voor copies van de paspoorten.
Op de stranden zien we geen plastiekafval en de grasperken zijn netjes. Ze zijn trots op hun ecotoerisme. De officiële taal is Engels en de omgangstaal Creools, een mengelmoes van talen van de vroegere overheersers. De auto’s rijden links. De overwegend zwarte bevolking heeft een soort gene. Het heeft een tijdje nodig voor ze je aankijken en glimlachen.
De vulkanische oorsprong weerspiegelt zich in de steile groene bergen van het tropisch regenwoud die de baai omringt. Tobago heeft een enorme diversiteit in fauna en flora. Vele vogelsoorten en een rustplaats voor trekvogels. Kolibries fladderen rond de bloemen. We zien fregatvogels zweven hoog in de lucht, de pelikanen vliegen juist over de wateroppervlakte. De paradijselijke stranden hebben we bijna voor ons alleen.
Naast ons ligt een rode zeilboot Corcovada. Hij is Duits/Portugees, zij Braziliaans. Ze hebben 2 zoontjes David 3 jaar en Elia van 1,3 jaar, hij is in Kaap Verden geboren.
In de kindvriendelijke bibliotheek hebben we toegang tot het internet.Af en toe krijgen we een regenbuitje, december is het einde van het regenseizoen. De temperatuur neigt naar de 30°C, ’s nachts is het koeler. Dit is beter voor de nachtrust. Maar vrijdagnacht horen we reggaemuziek. Leuke muziek, maar niet voor de hele nacht. Er worden rond carnaval Steeldrums festivals gehouden.
Door de stromingen is er een rijk koraal leven. We snorkelen tussen duizend turkooizen visjes en andere kleurrijke vissen dichtbij ‘Pirate bay’. Deze is ook te bereiken via een voetpad vanaf het dorp, door eerst flink te stijgen en dan 155 trappen naar beneden. We hopen om een van de vele soorten schildpadden te zien.
De deining laat de Sunshine schommelen. Al wiegend wasgoed op de draad hangen vraagt alertheid om in evenwicht te blijven.
De conditie van het bijbootje bepaalt of we aan wal kunnen. Er zijn regelmatig plakwerken nodig.
We zouden graag met een gezamenlijk taxibusje naar de hoofdstad Scarbourough gaan. Naar het hoogste punt is Pidgeon Peak 572m stappen en de ‘Argyle waterfall’ staan op ons verlanglijstje.

SURINAME

Donderdag 15 november 2018: vertrek 16h30 – zaterdag 17 november: aankomst 13h
Îles des Salut – Domburg: 213NM

De 3 zeilboten vertrekken in kolom. SY Leva Vento alleen met het voorste zeil, om haar snelheid te temperen. De Sunshine met beide zeilen haalt een snelheid van 8kts. Via VHF houden we contact met de andere zeilboten. Vrijdag vermindert onze snelheid. Zo lijken juist op tijd te komen om met laag water toe te komen en met de stroom mee de Surinamerivier op te varen. In de brede riviermonding komen kleine dolfijnen met een roze buik rond onze zeilboten zwemmen. Grote blauwe vlinders vliegen er rond. Bij Paramaribo, de hoofdstad, is het verboden te ankeren voor zeilboten. Hier liggen containerboten en povere vissersboten. Voor de Jules Wijdenbosch brug, 41m hoog, ligt een groot wrak. Het is van een Duits vrachtschip dat ze hebben laten zinken in de tweede wereldoorlog.
Bij de raffinaderij brandt een grote vlam. De woningen op de oever worden kleiner naarmate we de rivier opvaren. 8NM verder is Domburg. Hier pikken we een mooring. Nettie, de havenmeester, geeft ons al de papieren die nodig zijn om in te klaren. Van op de boot zien we 2 kleine kerkjes. Er tussen staan grote mahoniebomen. Dit is het centrum van Domburg met een Chinees bar/restaurant en een Chinese winkel.
Nederlands is de officiële taal in Suriname, Taki-Taki de omgangstaal. ‘Taki-Taki is gemakkelijk voor mij’ zegt Wagner; ‘het is zoals een Braziliaan die Engels spreekt’
Zondag neem ik de schaar en tondeuse mee naar de kant en kan ik Fons eindelijk kortwieken. Deftig gekleed, rijden we maandag met een busje naar Paramaribo. De regen, het slechte wegdek en het links rijden geven ons geen veilig gevoel. Langs de weg staan Moskeen en Hindoe tempels. Veel huizen zijn erg vervallen en rommelig. In de grachten prijken grote en kleine waterlelies.
Bij het MAS (Maritieme Autoriteit Suriname) mogen alleen de schippers het papierwerk doen. Jimmy, onze chauffeur, houdt de meisjes gezelschap. We leren van hem enkele Taki-Taki woorden: ‘Fawaka?’(hoe gaat het) en ‘Mi lobi yu’ (ik hou van je). Voor de immigratie moeten we voor een toeristenkaart 35 euro of 40 dollar per persoon betalen. Op de nationale bank merken we dat we niet voldoende euro bij ons hebben. Sue leent ons 100 dollars. Ze mogen alleen ontvangen wat er op het papier staat, Fons stap in de regen terug naar de immigratie om dit te veranderen. De dollars zijn in het zakje van zijn hemd nat geworden. De machine op de bank heeft moeite om de natte dollars te herkennen. Terug bij de migratie zijn nog steeds de Duitse zakenmensen aan het wachten op hun werkvisum. Van de MP krijgen we een stempel in ons paspoort. Bij Joosjes Roti kunnen we heerlijk eten. Tulip is goed georganiseerde supermarkt met vele Nederlandse producten maar het aanbod aan groenten en fruit is pover.

 

Dinsdag 20 november 2018: vertrek 13h30 – aankomst 14h30
Domburg – Surnau kreek: 5NM

De verjaardagviering van Nueza beginnen we in de voormiddag met een vrouwenonderonsje. Met de stroom mee varen we op zoek naar de kreek. De Belgische zeilboot Silmaril vaart ons voorbij naar Waterland marine, de Zwitserse zeilboot September is hier al toegekomen. Wij ankeren ons aan de overzijde. Op de Sunshine smullen we eerst van de verjaardagscake. John begeleid op zijn gitaar ‘Happy Birthday’. Nueza straalt. Met Sue’s meloenmandje gevuld met garnalen en andere tapa’s vloeit veel cava en nog meer wijn. Meerdere malen wordt ‘Let it be’ herhaald.

 

Woensdag 21 november 2018: vertrek 14h – aankomst 18h
Surnau Kreek – Paranam: 6NM

In de voormiddag komen John en Sue ons ophalen met hun rib ‘Beagle’. We gaan op ontdekkingstocht. Het kunstmatig meer is ontstaan door bauxiet winning. De rode aarde bevat aluminium. Het was een belangrijk export product, nu staat het op een laag pitje. De stroom keert, we halen het ankerop en varen langs verlaten industrie en groene mangroeven tot aan de brug van Paranam. We keren en gaan op zoek naar een geschikte ankerplaats. Het is niet eenvoudig. Veel plaatsen zijn te diep. Eerst zijn we in 10m diep water, te kort bij de mangroven. De tweede keer komt een duwvaart zo kort langs, dat we het niet veilig vinden. De derde keer zijn we weer te kort bij de mangroven. Juist voor het donker wordt, hopen we dat de vierde keer het goed is. We schrikken als er een duwvaart tussen ons en de oever voorbij komt, zeker voor Leva Vento, ze zijn nog korter bij de mangroven geankerd.

 

Donderdag 22 november 2018: vertrek 12h30 – 13h
Paranam – White Beach: 2NM

Met zijn allen gaan we het oerwoud verkennen. Wagner maakt met zijn machete een pad vrij. We sluipen door het donker bladerengewelf. Wespennesten en andere hangen aan de bomen. Sommige bomen zijn gigantisch.
Op de tweede plaats waar we, het oerwoud proberen te doordringen, is er een ruïne. Op plaatsen waar het zonlicht kan doordringen staan rode paradijsbloemen.
We varen met stroom mee en droppen ons anker voor het ressort White Beach. Om de baders te behoeden voor piranha’s is een gedeelte afgespannen met (Bekaert)draad. Voor onze mannen doen ze de bar open. We hebben een rustige nacht.

 

Vrijdag 23 november 2018: vertrek 9h30 – aankomst 11h
White Beach – Domburg: 7NM

De Sunshine vertrekt als eerste. Ik wil de wasmachine bij River Breeze gebruiken en hoop dat het vandaag niet zal regen. Helaas is niet alles kraak droog geworden. Met Sue en John bespreken we de plannen voor de volgende dagen en huren auto’s bij Rishi.
Op 25 november 1975 is Suriname onafhankelijk geworden. In Paramaribo zou er op zondag vogeltjesmarkt zijn op het Onafhankelijksplein. Ook al zijn we om 7h vertrokken, we hebben hier niets van gezien. De museums zijn gesloten. In binnenstad zijn veel houten gebouwen die aan restauratie toe zijn. De Sint Petrus en Paulus Kathedraal is het grootste houten gebouw van Latijns-Amerika. Een grote moskee en synagoge staan zusterlijk naast elkaar.
Verschillende kraampjes staan in de palmentuin.
In de namiddag rijden we over de hoge smalle brug naar Fort Nieuw Amsterdam. Het ligt waar de Surinamerivier en Commewijnerivier samenvloeit. Het heeft de vorm van een vijfhoek. Langs het oudste kruithuis ligt een vijver met waterlelies en lotusbloemen. De geschiedenis van de slavenhandel en de verschillende etnische bevolkingsgroepen zijn tentoongesteld in de oude gebouwen van de gevangenis.
Dinsdag rijden we met de 2 auto’s tot Brownsweg. Met Wagner in de koffer van de 4X4, rijdt John over een avontuurlijke jungleweg 13 km verder naar het natuurpark Brownsberg(515m). In de kletsende regen stappen we door het tropisch regenwoud naar de waterval Irene. Het is pittig en glibberig. De vele apen houden zich schuil.
Terug bij het kamp zijn we dik tevreden met een (h)eerlijke maaltijd. Op het einde van het kamp is er een prachtig uitzicht op het Brokoponstuwmeer. De afdaling met de 4X4 is nog spannender.
Dinsdag gaan we terug naar Paramaribo om uit te klaren. De vrouwen met de 4X4 volgen de mannenauto. Heel kunstig van Sue, om op deze drukke en verschrikkelijk slechte weg, speedy Johnny te volgen. Bij de MP krijgen we een stempel in ons paspoort. Bij het inklaren hebben we bij het MAS de uitreisvergunning niet gekregen. Ze sturen ons naar de douane. Terwijl we naar de parking stappen krijgen we stortregen, het water staat in onze schoenen. Het is wringen tussen de grote vrachtwagens. Terwijl de mannen het papierwerk bij de douane doen, proberen de vrouwen hun kleren te drogen door de airco op hoogste stand te zetten. We hebben geen rekening gehouden dat dit teveel is voor de accu. Sue vindt vlug startkabels in een werkhuis.

We doen onze grote inkopen in Choi’s supermarkt.

FRANS GUYANA

Cayenne.
Zaterdag 3 november 2018: vertrek 13h30 – donderdag 8 november 2018: aankomst 8h15
Ilha dos Lencois – Cayenne: 635NM.

We vertrekken 1 uur voor hoogwater, zo hebben we genoeg water onder de kiel en stroom mee. De vrije sterke wind komt uit het oosten, dit is ook de koers die we moeten varen om uit de zeearm te geraken. Het duurt bijna 4h. Dan is de koers NW. De wind is zwakker geworden. De stroom helpt ons goed vooruit. De tweede dag komen kleine dolfijnen ons even gezelschap houden. Om 14h15 zeilen we over de evenaar. Neptunus krijgt van Fons een klein slokje bier. We zijn terug in het noordelijk halfrond. Bij de sporadisch vallende sterren doe ik telkens een wens. In de morgen van de derde dag, passeren we de Amazone delta. Een grote boot komende van Belem, vaart op 500 m voor ons door. Wij hebben liever meer afstand. Op 6 november is er een lancering van een Ariane raket. We zijn benieuwd, zouden we er iets van zien op 300km afstand? We tellen de minuten af en op 21h49 zien we een vuurbol stijgen. Hoe hoger hij komt hoe kleiner hij wordt. Er is weinig wind, maar door de stroming houden we goede vaart. Te goed, we zullen te vroeg aankomen. Voor Cayenne is het ondiep waar we alleen over kunnen met hoog water. De landgeur lijkt op deze van vochtige grond uit een serre. De riviermonding is breed, het water is vuil.
Frans Guyana is een overzees Frans departement. Het grootste gedeelte van de bevolking wil niet onafhankelijk worden. Ze zijn tevreden met de steun die ze van Frankrijk ontvangen. Cayenne is de hoofdstad. Onze ankerplaats laat niet vermoeden dat we kort bij het centrum zijn. Aan de kade liggen meer dan 10 grote Venezolaanse boten. Ze zijn goed onderhouden, we merken geen visnetten of lijnen aan boord. Langs een zelfgemaakte ladder van takken, klimmen we de eerste keer aan wal en hijsen ons afval omhoog. In de namiddag lijkt de stad uitgestorven. Op het einde van de hoofdstraat liggen winkels waar we de gegeerde sim kaart kunnen kopen. Goedkoop zijn ze niet. Na wikken en wegen besluiten we om een abonnement bij Oranje te nemen. De volgende dag nemen we 2 grote zakken met wasgoed mee. Het is lang geleden dat we zelf de was in een machine konden steken. We proberen wat groenten en fruit te kopen, op de markt met een overvloed aan exotisch fruit en vele pepers. Eten iets bij een overvol chineesrestaurant. Het stikt hier van de Chinese winkels. Er zijn veel mensen met een heel donkere huidskleur. Als het water te laag is om met het bijbootje terug naar de Sunshine te varen, gaan we nog iets drinken op het terras van Les Palmistes.
De nachten in het weekend worden verstoord door oorverdovende enerverende muziek. Op zondag is er de 11 november parade. Een Chinese winkel is open en we vinden hier de lange gezochte havermout, het is zelfs bio. Als we willen terug keren naar de boot, openen de hemelsluizen. Wij en de Sunshine krijgen een flinke douche.

 

Îles de Salut
Maandag 12 november: vertrek 7h – aankomst 15h
Cayenne – Îles du Salut:  35NM

Met hoog water varen we over de ondieptes. We motoren heel het traject. Droppen het anker kort bij SY Leva Vento en SY Dandelion. Samen hebben we een gezellige avond met Franse kaas en wijn.
Îlles de Salut bestaat uit 3 vulkanische eilanden op 7NM van Kourou. Tijdens de raketlanceringen is het er verboden te ankeren. Île Royale is het grootste. Op de vlottende stijger worden we verwelkomd door politie, ze dragen hoge schoenen, short en een pistool.
We beginnen de wandeling met de toer rond het eiland. Aan de ene kant de beukende oceaan, de andere kant oerwoud. Naar het centrum toe zien we de ruines van de gevangenis. Er staat een vuurtoren, een kerk en een bar/restaurant. Een pintje kost er 5 euro.
Île du Diable, bekent van de ontsnapping van Papillon, is van hieruit goed zichtbaar.
Woensdagmorgen neemt de windkracht toe. De Sunshine ligt aan lager wal met rotsen. Voor de zekerheid blijft Fons op de Sunshine en ik ga me Sue, John, Nueza en Wagner naar Île de Saint Joseph. Het vraagt stuurmanskunst om hier aan wal te geraken. Er staan enorm veel kokosnootbomen. Een weg omhoog met grote stenen leidt naar de ruines van de eenzame opsluiting met zoveel kleine cellen. Het oerwoud lijkt ze op te slorpen. Zelfs John wordt er stil van. “Liever de guillotine dan dit” zegt hij.
Langs de oceaan is er een begraafplaats. Grote rotsblokken zijn mooi op elkaar gestapeld.
Terug bij de dingy zien we dat het anker van SY Dandelion aan het krabben is. De Nieuw-Zeelander zorgt er voor dat John en Wanger zo snel mogelijk SY Dandelion zijn om haar in veiligheid te brengen. We besluiten met een zelfgemaakte Quiche van Nueza.