Isla dos Lencois: wandelende duinen

Maandag wasdag; de vrouw die de wasmachine van de marine Jacaré bedient is overstelpt met wasgoed.
Langs de gekasseide weg, van de marina naar het treinstation, staan kleine gekleurde huisjes, aan het einde een groot schoolgebouw.
Aan de overkant van de rivier zijn er grote suikerrietplantages.
Om veiligheidsreden slaan we de grote steden zoals Natal, Fortaleza, Sao Luis, Belem en het Amazone gebied over. Hier zullen we officieel Brazilië verlaten. De Police Federal (migratie) ligt een paar km van de marina en is alleen in de voormiddag open. Het is even zoeken om de douane kort bij de markt in Cabedelo te vinden. We worden naar het haventerrein gestuurd. Door een wirwar van kleine straatjes en een slechte stadskaart op de telefoon doen we een grote omweg om bij het treinstation te komen. In Joao Pessao moeten we naar de Capitania dos Portos gaan. Nog net voor het donker wordt kunnen we met onze fietsjes de laatste inkopen doen. Woensdag middag, met hoogwater, verlaten we de marina en gaan op anker. Met de dingy ‘Beagle’ van Sue en John, varen we naar SY Leva Vento. Nueza en Wagner hebben een heerlijke zelf gemaakt bananen Noquis (gnocchi) met verse tomatensaus gemaakt.

 

Donderdag 18 oktober 2018: vertrek 12h30 – woensdag 24 oktober 2018: aankomst 7h
Jacare – Isla Lencois: 795,5NM

’s Middag varen we met ebstroom de rivier Paraiba af. Hier is het meest oostelijk punt van Brazilië. Onze koers is noord, de wind komt uit het oosten met een sterkte tussen 10 en 15kts. Met deze halve wind en met de 1 tot 2 knopen stroming mee hebben we een zeer comfortabele snelheid. We leven in een leegte gevuld met diepoceaan. Elke nacht blijft de maan langer in het hemelgewelf. Met een meer westelijke koers hebben we nog altijd wind en stroming mee. We leggen recorddagafstanden af. Om niet ’s nachts op onze bestemming toe te komen gaan we midden in de oceaan bijliggen in het schijnsel van de volle maan. We zijn nog te vroeg en wachten een tweede keer in de zeearm. Als we met vloedstroom over de drempel varen, zien we een knalrode ibis vliegen, een contrast met de helblauwe lucht, de enorme witte zandduinen en de groene grote mangrovebomen. We laten het anker vallen in 8m diep water, voor de gele pousada. Voor ons liggen een grote Franse catamaran van het gezin Michel, Marie en Timothy, en een groene Nederlandse zeilboot van Chris en Daniel, een Braziliaan die lang in Zwitserland heeft gewoond.
Het motortje voor onze bijbootje is een Mercury 3,5pk 4takt. Nadat de carburator in een ultrasoon badje is gereinigd, geeft hij de indruk gewillig te willen starten, tot hij terug op het bijbootje is gehesen. Hoe hard en hoe dikwijls Fons aan het starttouw trekt, hij geeft geen kik. De naam van het motortje zou Murfy of M(D)uncky kunnen zijn. We zijn ontgoochelt. Na een week leven op een kleine bewegende oppervlakte is het fijn om vaste grond onder je voeten te voelen en de omgeving te ontdekken. De grote service batterijen moeten nagekeken worden. Hiervoor moet de grote bak leeg gemaakt worden, dan kruip Fons erin en hijst de loodzware batterijen eruit en doet er demi water bij.
Donderdagmorgen zien we dat er een gele boot is toegekomen. Als Fons de speciale zeilen, Houari getuigd (soort gaffelzeil) ziet, weet hij dat het SY Ceilo is, met Zuid-Afrikaan Mark en Franse Flo. We hebben hun in het voorjaar in Itaparica ontmoet. Ze zijn letterlijk en figuurlijk ontdaan. In Forteleza zijn ze overvallen en de piraten hebben praktisch alles meegenomen. Bovendien werkt nu de gearbox niet meer. Mark komt regelmatig langs voor technisch advies.
De kleine catamaran ‘Vesna’ van de Fransman Robin komt toe en ankert zich op redelijke afstand van de Sunshine. Een uur na hoogwater is het kermis, dan is er wind tegen de stroming. ‘Vesna’ vliegt naar alle kanten en speelt botsboot met de Sunshine. Ze verliest haar twee neusjes. Al bij al valt de schade mee. Bij laagwater helpen we Robin om te herankeren en roeien naar de modderige oever. Als je de weg kent heb je alleen modderworstjes tussen de tenen, anders heb je modderkousen aan. De familie van de pousada ligt in de hangmat en smult van een ananas. Een lading verse groenten en fruit is toegekomen. Hier maken we dankbaar gebruik van, op hun terras delen we met Robin, een ananas en een avocado. Drinken een kokosnoot en eten het vruchtvlees. Een heerlijk gezond middagmaal.
Morgen, zondagmiddag wil Renata voor ons een visschotel klaarmaken.
Van op onze boot zijn we getuigen van een plaatselijk regatta met zelfgemaakte zeilen. Op het einde worden de voorrangsregels niet gerespecteerd en gaat er eentje ten onder.Ilha dos Lencois is 2NM lang en 1NM breed. Het is een beschermd gebied. De huizen van het vissersdorp met 250 bewoners zijn meestal van hout. Satelliet schotels prijken in hun tuintjes en in de primitieve huiskamer domineert de televisie. De elektriciteit komt van 3 windmolens en een veld met zonnepanelen. De losse zand straten zijn ’s middags zo warm dat je er je voeten aan verbrandt. De mens zijn goed gekleed, Fons zijn T-shirten zijn meer afgeschoten. Het zijn vriendelijk bescheiden mensen. Er zijn veel albino’s. ’s Morgen zien we van op onze boot geiten en 2 ezels aan de waterlijn lopen, koeien zien we daar niet. Elke late namiddag fiets een meisje, op het harde gedeelte van het zand, heen en weer.Bij Laura, die de viscoöperatieve, het winkeltje en een restaurant runt, komen de cruisers bij elkaar om te praten en een fris pintje.Daniel wil het charteren opgeven en hangt al zijn bezoekersvlagjes op het terras van Laura. Wij doneren onze oude Belgische vlag. Voor de uitwisselingsbibliotheek ronselt Daniel boeken. De Franse cardioloog Michel is bezig met een nobel project om in achtergestelde gebieden filters te instaleren om het water drinkbaar te maken.
Voor de zoveelste keer haalt Fons het motortje terug uit elkaar, maakt het vlottertje extra proper. Joepie, het werkt!
Samen met de fransen rapen we, met laag water, emmers vol kokkels. Timothy is heel enthousiast. Michel neemt het zware werk op zich om de kokkels te wassen en te koken.
Donderdagmorgen gaan we zoetwater halen aan de pomp in de woestijn. Vrouwen dragen de emmers water op hun hoofd.SY Leva Vento komt aangevaren, ze horen onze oproep via VHF niet. Een uurtje later is SY Dandelion er ook. De welkoms lunch met scampi’s van Laura is overheerlijk.
Woensdagmorgen varen we met dingy Beagle naar een Bate-Vento, een dorpje verder. Het winkeltje hier heeft veel cachaça.
Er is geen elektriciteit want de generator is stuk. Aan het schooltje komen we een Argentijnse filmploeg tegen. Ze logeren in de gele pousada en zijn op zoek voor een locatie voor een nieuwe film. We volgen hun en varen lang door de mangroven naar een Marine basis waar de grote vervallen vuurtoren Farol Sao Joao staat. De meeste huizen zijn er niet bewoond. Met een zinderende hitte wandelen we tot we de oceaan kunnen zien. Sue en ik zijn nieuwsgierig en stappen een onbewoond vervallen huisje binnen. Net als Wagner er ons waarschuwt, steekt een wesp in Sue haar wang. Erg pijnlijk, koud water verlicht.
Sue is een specialist in het baken van pizza’s.
Voor zonsondergang klimmen we op de indrukwekkende duimen. Fenomenale vergezichten en zand dat over elkaar heenloop. Mooie silhouetten tegen de zon. Op de top, proberen de vrouwen de zonnegroet. De wind waait Nueza’s kleedje omhoog, de mannen vinden dit niet erg. Zittend in het zachte zand zien we de zon in al zijn glorie zakken achter de mangroven. Donderdag voormiddag varen we terug naar schooltje in Bate-Vento. Neuza weet heel de school en ons te boeien. Ze vertelt over Sao Francisco waar ze vandaan komen en een verhaaltje van KaKa, een dolfijn die verstrikt geraakt in een net.’s Middags doen we ons weer te goed aan Laura’s scampi’s. ’s Avonds is er een potluck met open vuur zonder vis.
Vrijdag 2 november is hier een verlofdag. Nueza installeert zich mooi verkleed onder een palmboom en houdt een voorleesuurtje.De afscheid drink van Mark en Flo wordt opgefleurd door projecties van videoclips met muziek uit de jaren 80.
Zaterdagmorgen eten op SY Leva Vento een tot weerzienontbijt met Braziliaanse pannenkoeken. Tapiocameel, eitje en kaas. Wij krijgen van Nueza haar vers gebakken desembrood mee.
Nu zullen we werkelijk het land Brazilië verlaten.De groene kleur van de vlag van Brazilië symboliseert de flora en fauna, de gele ruit staat voor rijkdom zoals goud. De blauwe cirkel de hemel met sterren, een voor elke staat. De tekst op de witte band: ‘Ordem e Progresso’ vertaalt ‘Orde en Vooruitgang’. Een vlag van hoop!

Bijzondere omgeving

Ver van de moderne maatschappij liggen we nu een week op anker vlak voor een klein vissersdorp. Electriciteit heeft men van een park met zonnepanelen en 3 klein winmolens, geen telefoon of internet. Zeer vriendelijke en eerlijke mensen, Brazilië op den top. Binnen enkele dagen varen we verder naar Cayenne in Frans Guyana. Zodra we internet hebben een verslag over deze unieke ervaring.

Jacaré

De zon en de wind zorgen dat de handwas snel droogt. De motor krijgt verse olie, de kleppen geregeld en de uitlaat een nieuwe dichting. De zonondergang langs de waterkant van Bahia zijn prachtig.
Als we terug komen van de supermarkt zien we in het oosten een mega maan opdoemen.
Fons monteert de windpilot. Nadat onze schuld aan de marina Salvador Pier is betaald, vertrekken we naar Ilha de Itaparica. De Sunshine heeft een tergend langzame vooruitgang. We varen langs Terminal Nautico om diesel te tanken. We drijven het toerental van de motor op, anders zouden we morgen de 10 NM nog niet overbrugd hebben. In het helder water van Itaparica zien we de oorzaak van de slakengang. Een heel biotoop huist op het onderwaterschip. Fons haalt van de schroef een mossel en oesterschelp. Ik wordt door miljoenen kleine zeewezentjes overvallen als ik het bovenste gedeelte van het onderwaterschip afsteek. De Duitse zeilboot Nadine ligt ook aan de steiger. In Piriapolis hebben we hun voor het eerste ontmoet. Uli een kranige zeventiger kruipt nog in de mast en duikt onder de boot om de propeller na te kijken. Ilse is zo moedig om met dit warm weer kaaskoekjes te bakken voor de ‘sun downer’. Ze moeten eerst het voorste zeil laten herstellen voor ze verder naar het noorden kunnen.
Ilha Itaparica is 29x13km groot, een pittoreske plaats. Aan de noordkant staat een Fort en de kerk Sao Lourenço, deze zijn ze aan het restaureren.De kleine gekasseide straten en de vele pleintjes met grote bomen geven een rustige indruk, uitgezonderd het weekend en in verkiezingstijd. Kort bij de marina is er een bron met drinkbaar water. Ook hier is het drogen van wasgoed geen probleem. Fons plaatst de nieuwe regelaar voor de zonnepanelen. Vanuit de kuip zitten we op de eerste rij om de zonsondergang te bewonderen.Het is tijd om verder noord te trekken, want vrijdag wordt er een weervenster voorspeld met zuidenwind en dat is een rariteit zegt Julien, een Franse Braziliaan. Hij ontfermt zich over een verlaten zeilboot met een Nederlandse vlag.
We zullen de caparinha’s met zonsondergang missen.

 

Vrijdag 5 oktober 2018: vertrek 7h – dinsdag 9 oktober 2018: aankomst 11h
Itaparica – Jacaré: 488NM

Het is 8 uren motoren voor we de grote baai Bahia Todos Santos uit zijn. We varen 20NM uit de kust en kunnen dan het volgende traject scherp aan de wind zeilen, richting NO om de buik van Brazilië te ronden. De oceaan is mild. De wind is wisselvallig, de zeilvoering wordt telkens aangepast. Met een meer noordelijker koers, zeilen we ruimer. De wind varieert tussen de 12 en 16 kts en onze snelheid neemt de toe. Elke dag komen we meer in het sobere oceaanritme en neemt de afgelegde afstand toe. De derde nacht komt een onvoorspelbare vissersboot wel heel dichtbij en richt zijn grote lichten op ons. We nemen het zekeren voor het onzekere en nemen de biezen. Op aanraden van andere zeilers laten we Recife links liggen, teveel nadelen van een grote stad. Het laatste etmaal leggen we 145NM af. De kleur van het water verandert van diepblauw naar zeegroen en bij het aanlopen van de rivier naar bruin. De Sunshine surft alleen met het grootzeil over de golven. In de havenkom laten we het groot zeil zakken. Een perfecte tijd, bij daglicht en met laagwater toekomen, zo kunnen met stroom mee, de Paraiba rivier opvaren, Cabedelo voorbij tot aan de marina’s. SY Dandelion ligt er voor anker en Sue en John wuiven ons toe. We leggen ons aan op de kopsteiger Jacaré Yacht Village. Net voor zonsondergang, bij hoogwater zo is er geen stroming, helpen ze ons te verkassen tussen de andere boten. Deze marina wordt gerund door een Fransman.
Voor 1R$ (30cent) kunnen we met de trein tot Jao Pesao, de hoofdstad van de staat Paraiba, rijden.
Vrijdag is het een feestdag. Uit de boxen van de fancy motorboten schalt een kakofonie.
Zaterdag rijden we met de fietsjes naar een pompstation om onze dieselvoorraad aan te vullen. We staan samen met een pick-up aan de pomp om een ton te vullen. Een 30 liter gevulde ton op een mimifietsje vastmaken lukt niet zo goed. De pick-up is zo vriendelijk om onze ton aan de marine af te zetten.
‘Is dat nu kat of een aapje?’ vraag ik me af. Ik ga wat korter bij en inderdaad het zien er lieve aapjes uit. Er komen er nog meer bij en ze balanceren over de elektriciteitsdraad. De klauwaapjes (Callitrichinae) hebben precies pluimpjes in hun oren en een gestreepte staart.

Het hoog Mister Bean gehalte van John (SY Dandelion) is een aanslag op onze lachspieren. Binnen enkele dagen is hij jarig en wij verrassen hem met zondagspannenkoeken ontbijt. We maken ook nader kennis met de sympathieke Brazilianen Wagner en Nueza van SY Levo Vento.
SY Hembadoo is in aantocht met motor problemen, we blijven stand-by om hun eventueel te helpen.